EBS: Onbewust meeliften met Apartheid

Rijdt jouw bus geld naar bezet gebied?

De gemiddelde busreiziger denkt er niet bij na: instappen, kaartje scannen, op de bestemming uitstappen. Maar in sommige delen van Nederland stap je mogelijk in bij EBS; een bedrijf met een minder onschuldig verhaal achter de schermen.

EBS is in 2010 opgericht als Europese tak van het Israëlische busbedrijf Egged, om mee te kunnen dingen naar Europese OV-concessies. En Egged is geen doorsnee vervoerder. Het bedrijf staat op de VN-zwarte lijst van bedrijven die betrokken zijn bij de kolonisering van bezet Palestijns gebied. Egged rijdt bussen van en naar illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in bezet Oost-Jeruzalem, over wegen die voor Palestijnen grotendeels verboden zijn. Het voert zelfs gesegregeerde lijnen uit: bussen waar Palestijnen simpelweg niet in mogen.

De band tussen Egged en EBS is bovendien allesbehalve los. Egged is de enige aandeelhouder van EBS. Toen EBS in de regio Waterland financieel in de problemen raakte, redde de Israëlische moedermaatschappij het bedrijf met 30 miljoen euro. De bussen in Amsterdam-Waterland reden dus ruim een jaar op geld dat mede verdiend werd aan vervoer in bezet gebied. Andersom vloeit winst die in Nederland gemaakt wordt ook weer terug naar Israël.

Egged ondersteunt ook actief het Israëlische leger: het heeft een gevechtseenheid “geadopteerd”, doet donaties aan soldaten die operaties uitvoeren in Gaza, en verdient tientallen miljoenen per jaar aan het vervoer van militairen in uniform. Het bedrijf schept daar zelf over op op zijn website.

Organisaties als Human Rights Watch en Amnesty International zijn duidelijk: de nederzettingenpolitiek op de Westelijke Jordaanoever is apartheid, en gaat gepaard met landroof, onderdrukking en schendingen van mensenrechten. Overheden en bedrijven hebben een juridische plicht om niet samen te werken met partijen die hieraan bijdragen, ook niet indirect. Nederland heeft dit vastgelegd in het Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten, dat geldt voor alle overheden, inclusief provincies die busconcessies verlenen.

Toch krijgt EBS gewoon de kans mee te dingen naar aanbestedingen.

De reiziger die de bus pakt omdat hij geen auto heeft, of omdat hij het milieu een warm hart toedraagt, zou er eigenlijk op moeten kunnen vertrouwen dat zijn kaartje niet indirect mensenrechtenschendingen financiert. Dat vertrouwen is momenteel niet gerechtvaardigd.