De “B” in BDS staat voor Boycot, en komt in drie vormen: economisch, academisch en cultureel. Er bestaan belangrijke verschillen tussen deze vormen.
Het doel van de economische boycot is het meest rechttoe rechtaan: geld onthouden aan partijen die direct betrokken zijn bij de illegale bezetting en apartheid. De academische boycot draait om de betrokkenheid van Israëlische universiteiten bij de regering, het leger, de inlichtingendiensten en de militaire industrie in Israël; bijvoorbeeld door het ontwikkelen van militaire en surveillancetechnologie. Waarom de beweging oproept tot een culturele boycot is minder vanzelfsprekend, omdat het enige achtergrondkennis vereist over hoe Israël cultuur inzet als middel voor onderdrukking.
In 2005 lanceerde de Israëlische regering de “Brand Israel”-campagne om het imago van het land te verbeteren. Israël wordt daarin afgeschilderd als een progressieve, verwesterde en democratische samenleving, omringd door islamitische, homofobe en repressieve landen. De campagne omvat activiteiten als:
- pro-Israël-lobby in (sociale) media
- het neerzetten van Israël als LHBTQ+-vriendelijk (bekend als pinkwashing)
- het promoten van cultuur om de valse indruk te wekken dat Israël een normaal democratisch land is
Het effect is goed merkbaar. Bijvoorbeeld in de manier waarop onze media hun woorden kiezen. Zelfs bij het beschrijven van onderdrukking en oorlogsmisdaden wordt taal gebruikt die steriel, schoon en beschaafd is. Het woord “wreed”, dat vaak als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt voor de aanval van Hamas op 7 oktober, wordt zelden gebruikt om iets te beschrijven wat Israël heeft gedaan. Het dient ook als basis voor andere hasbara (publieksdiplomatie). Op sociale media zijn gemakkelijk reacties te vinden die beweren dat de Israëlische cultuur superieur is aan de Palestijnse, en dat dit op de een of andere manier de onderdrukking zou rechtvaardigen.
Uiteraard is niet alle Israëlische cultuur onderdeel van deze campagne. De Palestijnse boycot richt zich alleen op cultuur die een duidelijke en aantoonbare link met de campagne heeft.
De BDS-beweging verwerpt principieel boycots van individuen op basis van hun identiteit (zoals nationaliteit, ras, gender of religie) of mening. Alleen wanneer een persoon de staat Israël of een medeplichtige Israëlische instelling vertegenwoordigt, of in opdracht van/gerekruteerd door Israël meewerkt aan de pogingen om het land een nieuw imago te geven, vallen zijn of haar activiteiten onder de institutionele boycot waartoe de BDS-beweging oproept.
Er zijn duidelijke richtlijnen die bepalen of iets wel of niet geboycot kan worden. Wanneer een product of evenement het doelwit wordt van een boycot, hebben de organisatoren deze afweging gemaakt. Dat het bewijs voor het grote publiek niet altijd voor de hand ligt, komt meestal doordat het enige kennis vereist over Israëlische instellingen, en de media lijken vastbesloten dit niet te vermelden, zelfs niet wanneer ze er via persberichten op gewezen worden. Als het onduidelijk is, kun je de organisatoren altijd vragen naar hun redenering, mocht die niet al via hun eigen kanalen gepubliceerd zijn.
De volledige richtlijnen voor culturele boycots zijn te vinden op de internationale BDS-website.

